Gedrag automobilisten bij evacuatie van een tunnel
Vraagstelling: De veiligheidsfilosofie voor tunnels voor het wegverkeer gaat uit van zelfredzaamheid en weggebruikers die de vluchtvoorzieningen adequaat benutten. De Bouwdienst van Rijkswaterstaat, Steunpunt Tunnelveiligheid, gaf TNO opdracht te onderzoeken of de vluchtvoorzieningen wel voldoende zijn afgestemd op het gedrag van weggebruikers. Resultaten: Studie 1 liet zien dat de meesten over de rijbaan dachten te evacueren. Eenmaal in de tunnel (Studie 2) bleek slechts een kwart over de rijbaan te evacueren; de rest nam de vluchtdeur. In het middenkanaal achter de vluchtdeur wist men niet goed hoe nu verder. Passiviteit overheerste Studie 3. Men bleef in de auto zitten, zelfs als de eerste 10 auto's volledig in de rook kwamen te staan. In slechts één van de proeven kwam spontaan een evacuatie op gang. Deze verzandde uiteindelijk in praatgroepjes. Aanwijzingen van het bevoegd gezag "explosiegevaar" of "tunnel verlaten" brachten altijd de evacuatie op gang. Waren eenmaal enkelen door de vluchtdeur, dan volgde de rest. De deuren waren de bottleneck van de vluchtweg maar echte opstoppingen werden (net) niet geconstateerd. Bij Studie 4, rook, misten de meesten de deuren. Geluidsbakens hielpen alleen met de instructie "er zijn geluidsbakens boven de vluchtdeuren" .